Laloux: evolutief doel

Evolutief doel: een organisatie en haar strategie ontwikkelen zich net als de evolutie

Een van de onderliggende principes uit het onderzoek van Laloux is het “evolutief doel”: een doel waar de organisatie natuurlijkerwijs naartoe gaat, in plaats van te proberen de toekomst te voorspellen.Als we niet meer uitgaan van het paradigma van planning en control en de organisatie zien als een levend organisme, verandert ook de rol van de mensen en de leiders in de organisatie. In plaats van voorspellen en plannen, verschuift die rol naar “luisteren naar waar de organisatie van nature naartoe wil en vervolgens de organisatie te helpen daar te komen”, naar aanvoelen en inspelen. Een voorbeelden hiervan is de Agile methode. Strategiedocumenten worden daarmee ook overbodig. In plaats daarvan gaat de organisatie verbindingen aan met andere partijen om al experimenterend tot nieuwe oplossingen voor complexe vraagstukken te komen. Succesvolle experimenten kunnen vervolgens worden opgeschaald naar andere delen van of zelfs de hele organisatie. Hier wordt dus nadrukkelijk en actief gezocht naar manieren om bestaande perspectieven los te laten en andere (ook externe) perspectieven toe te laten. Als voorbeelden van passende manieren om een richting voor de toekomst te ontdekken noemt Laloux: Theory U (Otto Scharmer), Appreciative Inquiry, Open Space, Future Search en World Cafe.

Zelf ben ik opgeleid in de meer klassieke management theorieën en heb gewerkt in en met organisaties waarin met name dat denken dominant is. Hoewel ik ook uitgebreid kennis heb genomen van en ervaring heb opgedaan met de post-industriële of post-moderne kijk op organisaties en organiseren, merk ik dat de manier waarop Laloux zijn visie uiteenzet,  schuurt met dat andere perspectief. Hoe zeer ik ook merk dat de klassieke manier van organiseren niet meer voldoet, ik merk ook dat ik moeite heb met het beeld van “luisteren en aanvoelen waar een organisatie naartoe wil”. Allereerst geloof ik niet in een organisatie als een entiteit met een eigen wil (de postmodernen noemen dit reificatie; het toekennen van menselijke eigenschappen aan dingen, begrippen of concepten). Bovendien moet ik wennen aan het taalgebruik, alsof de organisatie een mystiek en spirituele hogere macht is die langzaam haar geheimen prijsgeeft.  Misschien is dat ook wel zo. Dat ik moeite heb met het taalgebruik, zegt veel over de kracht en dominantie van het klassieke managementdenken. Het beeld van ontdekken vind ik wel weer heel mooi: door nieuwe wegen te bewandelen en nieuwe perspectieven toe te laten, ontdek je – samen met andere spelers binnen en buiten de organisatie – nieuwe manieren van werken en nieuwe oplossingen voor complexe vraagstukken.

Bronnen

Frederic Laloux, 2016, Reinventing Organisations, Uitgeverij Lannoo