De automatische piloot van het klassieke managementdenken

de automatische piloot van het klassieke managementdenken

Veel organisaties gaan nog uit van het rationele, planning & control paradigma en de metafoor van de organisatie als (militaire) machine. Hierin gaat men uit van een planbare, kenbare wereld, waarin de organisatie als een goed geoliede machine moet functioneren. Dit wordt veelal afgedwongen door sterk leiderschap en top-down sturing. Dit paradigma is goed bruikbaar in stabiele omgevingen, waarin het speelveld bekend is en de toekomst in grote mate voorspelbaar – het industriële tijdperk. In het huidige – postindustriële tijdperk – is dat perspectief steeds minder bruikbaar door toenemende complexiteit, transparantie, interconnectie, globalisering, economische instabiliteit, uitdagingen op het vlak van klimaat en de druk op ondernemingen om een positieve impact te hebben in de wereld.  Dit dwingt organisaties om zich meer te richten op leren en aanpassingsvermogen dan op voorspellen en plannen.

Nog even los van het strategische belang en de overlevingskansen van een organisatie, denk ik vooral dat vanuit het perspectief van de mensen in de organisatie, de klassieke manier van organiseren niet meer aansluit bij de eisen en wensen van deze tijd. We zullen dus op zoek moeten naar andere, meer aandachtvolle manieren van organiseren.

Ook Goedhart en Van der Steen schrijven daarover: In veel organisaties, maar bijvoorbeeld ook in de wetenschap is nog steeds een groot vertrouwen in rationaliteit en […] materialisme en in de maakbare samenleving. Zij constateren ook een verschuiving van die aandacht. In de wetenschap o.a. door de kwantumtheorie van Planck (“wat je meet, ontstaat daarmee”). Dit stelt de Descartiaanse visie van een objectief meetbare en voorspelbare werkelijkheid ter discussie. Ook Einsteins relativiteitstheorie en de chaostheorie van Lorenz tonen aan dat we de wereld niet met lineaire oorzaak-gevolg logica kunnen begrijpen. Zij bespeuren deze tendens ook in organisatieland: Het lijkt erop dat na […] het machinedenken, het rationele en voorspelbare, de interesse groeit voor het beweeglijke en chaotische. Steeds meer organisaties zoeken naar processen van zelforganisatie, zelfsturing en waarderen van wat er is.

Dit vereist ook een andere manier van leidinggeven en aansturen dan we gewend zijn vanuit de klassieke managementtheorieën, waarin er een afhankelijkheid is van krachtige leiders. Het vereist een andere kijk op leiderschap met als uitgangspunt om iedereen zo krachtig mogelijk te maken / laten zijn. Wanneer alles niet meer samenkomt bij enkele leiders die besluiten moeten nemen, worden deze veel meer vrijgespeeld om andere rollen te spelen waarbij veel meer aandacht gegeven kan worden aan de behoeften binnen en buiten de organisatie en hoe deze daarop kan inspelen. Dit alles doet wel een beroep op het ego van de klassieke leiders; leiders en managers zullen hun identiteit en toegevoegde waarde dan niet meer ontlenen aan beslissende macht, maar meer aan richting geven en zoeken. Dat dit niet vanzelf gaat – zeker waar ego’s in het spel zijn – is duidelijk. Daarom is het van belang dat hierover in de organisatie bewustwording en taal ontwikkeld wordt en het gesprek erover wordt gevoerd, bijvoorbeeld middels management- en leiderschapsprogramma’s.

Bronnen

Frederic Laloux, 2016, Reinventing organizations, Uitgeverij Lannoo

Brian Robertson, 2015, Holacracy, Henry Holt & Co.​

Goedhart, Van der Steen, 2016, Proceskunde – en pleidooi voor werken met aandacht, Kessels en Smit The Learning Company